Herman Scheerre

Lexicon van Boekverluchters

Londen, British Library, Ms. Royal 2 A XVIII, f. 23v annunciatie (detail)

 

Herman Scheerre

 

 

Boekverluchter, waarvan de herkomst onzeker is. Werd vroeger ook aangezien voor Engelsman met de naam Richard Herman. Twee Londense testamenten van 1407 spreken over een Herman lymnour met wie wellicht Herman Scheerre is bedoeld. Een van deze testamenten zegt over 3 erin genoemde personen dat deze uit Keulen afkomstig zijn. Dit heeft sommige deskundigen ertoe gebracht Scheerre met die stad in verband te brengen en hem te vereenzelvigen met Hermann van Keulen die daar in 1388/89 heeft gewerkt en daarna, in de jaren 1401-03 assistent was van Jean Maelwael (Malouel), een Vlaams schilder die toen een opdracht uitvoerde voor het klooster Champol in Dijon. Verder is ontdekt dat rond die tijd in Duisburg een kunstenaarsfamilie Scheerre heeft gewoond.

 

Desondanks zijn de pogingen om Scheerres stijl in verband te brengen met de vroeg 15e eeuwse schilderkunst in Keulen en het Nederrijnland niet erg succesvol geweest en bestaan er veel overtuigender overeenkomsten met Vlaamse handschriften uit de streek rond Ieper, Brugge en Doornik. Deze verwantschap wordt, aldus Marks & Morgan 1981, nog versterkt door de samenwerking van Scheerre met de Vlaamse Meester van de Beaufortheiligen in het getijdenboek van Beaufort/Beauchamps (Londen, British Library, ms Royal 2 A XVIII) en het York getijdenboek (Oxford, Bodleian Library, ms lat liturg f. 2). Smeyers 1998, p. 189 ontkracht echter dit extra argument door erop te wijzen dat de Meester van de Beaufortheiligen zijn miniaturen niet in Londen in het atelier van Herman Scheerre schilderde, maar in Brugge en ze vervolgens opstuurde naar Londen, waar ze in de voornoemde handschriften werden ingekleefd en pas daarna werden voorzien van omlijstingen in Engelse trant.

Londen, British Library, Ms. Arundel 38, f. 37r: John Mombray biedt handschrift aan prins Henry aan door Herman Scheerre (detail)

 

 

Scheerre was werkzaam in Londen aan het eind van de 14e en begin van de 15e eeuw, waar hij waarschijnlijk een belangrijke werkplaats leidde. Samen met John Siferwas en Johannes was hij in Engeland één van de meest belangwekkende verluchters uit de vroege Internationale Gotiek. Zijn stijl wordt gekenmerkt door een delicate techniek en gevoeligheid. Zijn miniaturen zijn over het algemeen verfijnd van uitvoering, met week gepenseelde gezichten en zeer gevoelige op koele groene grond geschilderde vleestinten. De draperieën vallen rijk en zacht geplooid omlaag in subtiele kleurschakeringen.

 

Bijzonder is dat Herman Scheerre de handschriften waaraan hij meewerkte veelal voorzag van hetzij zijn naam, hetzij zijn motto dan wel op andere wijze zijn medewerking aanduidde. In een 7-tal handschriften treft men zijn naam en zinspreuk: Omnia levia sunt amanti: si quis amat non laborat (Alles valt wie liefheeft licht, al wie liefheeft kent geen zorgen) aan. Hiertoe behoren het Chichele breviarium (Londen, Lambeth Palace, ms 69), een mis- en gebedenboek (Londen, British Library, ms add 16998), het getijdenboek van Beaufort/Beauchamp (Londen, British Library, ms Royal 2 A XVIII), folio 229r in de “Great” bijbel (Londen, British Library, ms Royal 1 E ix) en het Bedford psalter en getijdenboek (Londen, British Library, ms add 42131). In dit laatste handschrift treffen we op twee folio’s nogmaals de “handtekening” van Scheerre aan, te weten op f. 124: herman your meke servant (Herman uw gewillige dienaar) en op f. 232v: I am herman youre owne servant (Ik ben herman geheel uw dienaar). Folio 37 met een afbeelding van Johannes de Evangelist uit het mis- en gebedenboek (Londen, British Library, ms add 16998) bevat de inscriptie: Hermannus Scheerre me fecit. Aangezien de miniaturen op de pagina;s met deze inscripties niet allemaal van dezelfde hand zijn, dient het motto veeleer als een motto van de werkplaats te worden opgevat dan als een persoonlijk motto.

 

Londen, British Library, Ms. Royal 1 E ix, f. 2r: Jerome (detail)

 

De Verkondiging uit het Beaufort/Beauchamp getijdenboek, waarbij voormelde spreuk als decoratie is verwerkt in het kleed over de bidbank, is met haar harmonieuze evenwicht, subtiele trekjes als de schaduw die engel en maagd op de tegelvloer werpen en de verstilde sfeer van het geheel, onbetwist een van de meesterwerken van de Engelse middeleeuwse schilderkunst. Het is echter maar de vraag of deze verluchting van de hand van Scheerre is. Een aantal schrijvers (Rickert 1962, Scott 1996) beoordelen de miniatuur als te verfijnd in vergelijking met andere door Scheerre gesigneerde miniaturen. De miniatuur kan dan worden toegeschreven aan de Meester van de Royal Annunciatie.

 

Het belangwekkende Karmelietenmissaal, waarvan slechts een groot aantal uitgesneden initialen en fragmenten bewaard zijn gebleven welke zijn gereconstrueerd in de jaren rond 1950, en welke thans onder de signatuur ms add 29704-29705 worden bewaard in de British Library te Londen, kent een drietal verschillende schilderstijlen, waarvan er één grote verwantschap vertoont met het werk van Scheerre. Desondanks is Panofsky 1953, p. 115, 116 van mening dat het werk is gemaakt door een artiest getraind door Scheerre en niet door Scheerre zelf. Rickert 1952 en 1954, p. 174 meent dat de initialen van dit handschrift dateren van voor 1398, maar Panofsky dateert ze in de beginjaren van de 15e eeuw, omdat ze naar zijn opvatting anders zowel in Engeland als op het Continent een onverklaarbaar anachronisme zouden vormen.

 

Londen, British Library, Ms. add 29704, f. 760v: gehistorieerde initiaal

 

 

Catalogus

 

Gloucestershire, Berkeley Castle

 

Ms s.n. Neville getijdenboek, Londen, ca 1400-1425 lit: Christianson 1990, p. 158||Scott 1996, II, nr. 23

 

Londen, British Library

 

Ms add 16998 mis- en gebedenboek, ca. 1405 lit: Panofsky 1953, p. 117||Rickert 1954, p. 182|| Christianson 1990, p. 158

 

Ms add 29704-29705 initialen en fragmenten uit een karmelietenmissaal, Londen (?), ca 1395-1405 (?), verluchting door Herman Scheerre of artiest getraind door Herman Scheerre (zie ook add 44892) lit: Rickert 1952||Rickert 1954, p. 174

 

Ms add 42131 Bedford psalter en getijdenboek, Engeland, Londen, tussen 1414 en 1435, verluchting door werkplaats van Johannes: f. 12v, 21v, 24v, 26v, 28, 30, 33 en 37; Herman Scheerre: f. 7, 46, 151v en 183; derde anoniem verluchter: f. 73, 95 lit: Panofsky 1953, p. 118||Rickert 1954, p. 182||Marks en Morgan 1981, nr. 33-34||Christianson 1990, p. 124, 158|| Backhouse 1997, nr. 142||Walther 2001, p. 286-7

 

Ms add 44892 initialen en fragmenten uit een karmelietenmissaal, Londen (?), ca 1395-1405 (?), verluchting door Herman Scheerre of artiest getraind door Herman Scheerre (zie ook add 29704-29705) lit: Rickert 1952||Rickert 1954, p. 174

 

Ms add 58078 Wyndham Payne Crucifixion, Engeland (Londen?), ca 1405-1410 verluchting door Herman Scheerre of de Meester van de Wyndham Payne Kruisiging lit: Rickert 1954, p. 183-4||Christianson 1990, p. 158||Backhouse 1997, nr. 122

 

Londen, British Library, Ms. add 58078: Wyndham Payne Crucifixion (detail)

 

 

Ms Arundel 38 Thomas Hoccleve, De regimine principum, England Westminster of London, 1411-1413 lit: Millar 1928, p. 89||Kuhn 1940, p. 155, fig. 41||Rickert 1954, p. 185||Brussel 1973, nr. 78|| Watson 1979, I, nr. 433||Alexander 1983 (2), pp. 148-49, pl. 7||Christianson 1990, p. 158||Scott 2002, pl. VIII||London 2011, nr. 65

 

Ms Egerton 1991, John Gower, Confessio amantis, Londen, ca 1400-1425, verluchting door volgeling van Herman Scheerre lit: London 1929, nr. 99|| Scott 1989, p. 39, pl. 2b||Christianson 1990, p. 158|| Scott 1996, II, pp. 74, 87, 110, 168||Pearsall 2004, pp. 74, 81, 87, 88, 90, 91, 96, 97

 

Ms Lansdowne 851 Geoffrey Chaucer, Canterbury Tales, Zuid-Oost Engeland, Londen?, ca 1410 lit: Scott 1989, p. 62 n. 85||Scott 1996, dl. II, p. 87, 111, 141

 

Ms Royal 1 E IX bijbel, Engeland, Londen, ca. 1410-1412, ten onrechte wel genoemd de Bijbel van Richard II lit: Thompson 1895, pp. 58-61, pls. 18-19||London 1934, nr. 127||Kuhn 1940, pp. 139-40, 150-51, figs. 24-26||Rickert 1954, p. 183||Scott 1989, p. 58 n. 44, p. 61 n. 77, p. 64 n. 119||Christianson 1990, p. 158||Vertongen 1995, pp. 255-257||Wright 1995, pp. 93, 98-99, 100-01, figs. 5-6||Scott 1996, nr. 26, I, 35, 39, 40, 43, 2, 65 ns. 2, 4, 70 n. 5, 73 n. 37, 75 n. 52, 76 n. 14; II, 28, 36, 43, 63, 70-71, 75, 79, 94, 98, 100, 107-13, 130, 135, 148, 156, 158, 168, 170, 174, 268, 344, Table I, figs 109-115, 117 als het werk van 8 verschillende handen, waaronder niet Herman Scheerre||Backhouse 1997, nr. 133||Smeyers 1998, pp. 187, 188, 228, pl. 15||Scott 2007, pp. 37, 52, 98, fig. 51||London 2011, nr. 23 als werkplaats van Herman Scheerre die zelf maar een aantal miniaturen verzorgde, w.o. f. 2r

 

Ms Royal 2 A XVIII Beaufort (Beauchamp) getijdenboek, bestaande uit 2 gedeelten: 1: Engels getijdenboek en psalter, ca 1440, verluchting door William Abell: f. 25, 26, 34, 66, 78); 2: toegevoegd, maar ouder, deel met Memoriae (f. 3-22) en een dubbel blad (f. 23v-24r), tussen 1401-1411, volgens Panofsky niet eerder dan 1408-1409 verluchting door Herman Scheerre of Meester van de Royal Annunciatie: f. 23v-24r; Meester van de Beaufortheiligen: serie Heiligen op f. 3-22 lit: Millar 1928, pl. 85||Panofsky 1953, p. 117||Rickert 1954, p. 181-2||Rickert 1962||London 1967, nr. 31||Marks en Morgan 1981, nr. 32||Scott 1989, p. 56 n. 25, pl. 11, p. 59, n. 52||Leuven 1993, nr. 14||Smeyers 1998, p. 188-9||London 2011, nr. 25||Voor verdere literatuur zie: William Abell

 

Ms Stowe 16 getijdenboek, London, ca 1410 lit: Christianson 1990, p. 158||Scott 1996, I, p. 65 n. 4, p. 75, n. 54 en 63; II, pp. 38, 87, 111, 118, 165, 219

 

Londen, British Library, Ms. Lansdowne 851, f. 2r: Geoffrey Chaucer (detail)

 

Londen, Lambeth Palace Library

 

Ms 69 Chichele breviarium, Londen, ca 1408 lit: Rickert 1954, p. 182||Brussel 1973, nr. 73||Marks en Morgan 1981, p. 26||Christianson 1990, p. 157-8||Scott 1996, dl. I, ill. 127-133, pl. 5; II, p. 112-114, nr. 30||Palmer & Brown 2010, nr. 12

 

Oxford, Bodleian Library

 

Ms Bodley 294 John Gower, Confessio Amantis, Londen, ca 1400-1425 lit: Christianson 1990, p. 158||Pearsall 2004

 

Ms Bodley 693 John Gower, Confessio Amantis, Londen, ca 1400-1425 lit: Christianson 1990, p. 158

 

Ms Bodley 902 John Gower, Confessio Amantis, Londen, ca 1400-1425 verluchting door Johannes en Herman Scheerre lit: Christianson 1990, p. 158

 

Ms Gough liturg 6 lit: Christianson 1990, p. 158

 

Ms Lat. Liturg. f.2 getijdenboek, geproduceerd voor een heer te York en daarom door Panofsky genoemd: het York getijdenboek; niet voor 1405; verluchting door Herman Scheerre en de Meester van de Beaufort Heiligen lit: Rickert 1954, p. 182-3||Brussel 1973, nr. 74|| Christianson 1990, p. 158

 

Ms laud misc 609 John Gower, Confessio Amantis, Londen, ca 1400-1425 lit: Christianson 1990, p. 158

 

Parijs, Bibliothèque Nationale

 

Ms lat 1196 Bernardus Claraevallensis, Liber precum Caroli Aurelianensis ducis, Londen, ca 1400-1425 lit: Christianson 1990, p. 158

 

Rennes, Bibliothèque Municipale

 

Ms 22 psalterium, na 1401-voor 1415 de volbladillustraties in de memoriae zijn verlucht door een meester van de Beaufortgroep, de overige verluchting is van Herman Scheerre of een artiest uit zijn onmiddellijke omgeving lit: Leuven 1993, nr. 15

 

San Marino, Huntington Library

 

Ms HM 19913 getijdenboek, Londen, ca 1400-1425 verlucht door Herman Scheere: f. 122r, en volgelingen lit: Kuhn, 1940, p. 149, fig. 11

 

 

San, Marino, Huntington Library, Ms. HM 19913, f. 122r: Hieronymus

 

 

Literatuur

 

Thompson 1895, pp. 58-61, pls. 18-19

Millar 1928, pl. 85, p. 89

London 1929, nr. 99

London 1934, nr. 127

Kuhn 1940

Rickert 1952

Panofsky 1953, p. 115-118

Rickert 1954, p. 181-185

Rickert 1962

London 1967, nr. 31

Brussel 1973, nrs. 73, 74, 78

Watson 1979, I, nr. 433

Marks en Morgan 1981, p. 26-28, nrs. 32, 33, 34

Alexander 1983 (2), pp. 148-49, pl. 7

Bologna 1989, p. 198

Scott 1989, p. 56 n. 25, pl. 11, p. 59, n. 52; p. 39, pl. 2b; p. 58 n. 44, p. 61 n. 77, p. 64 n. 119; p. 62 n. 85

Christianson 1990, p. 124, 157, 158

Leuven 1993, nrs. 14, 15

Vertongen 1995, pp. 255-257

Wright 1995, pp. 93, 98-99, 100-01, figs. 5-6

Scott 1996, dl. I, ill. 127-133, pl. 5; II, p. 87, 111, 141, nr. 30; I, p. 65 n. 4, p. 75, n. 54 en 63; II, pp. 38, 87, 111, 118, 165, 219; II, pp. 74, 87, 110, 168: nr. 26, I, 35, 39, 40, 43, 2, 65 ns. 2, 4, 70 n. 5, 73 n. 37, 75 n. 52, 76 n. 14; II, 28, 36, 43, 63, 70-71, 75, 79, 94, 98, 100, 107-13, 130, 135, 148, 156, 158, 168, 170, 174, 268, 344, Table I, figs 109-115, 117; II, nr. 23

Backhouse 1997, nrs. 122, 133, 142

Smeyers 1998, p. 187, 188, 189, 201, 228, pl. 15

Scott 2002, pl. VIII

Walther 2001, p. 286-287

Pearsall 2004, pp. 74, 81, 87, 88, 90, 91, 96, 97

Scott 2007, pp. 37, 52, 98, fig. 51

Palmer & Brown 2010, nr. 12

London 2011, nrs. 23, 25, 65

 

Copyright © Roel Wiechers, 2013. All Rights Reserved