Jan Boudolf

Lexicon van Boekverluchters

 

Jan Boudolf

 

(Jean de Bruges en Jean (de) Bondol, Hennequin de Bruges, Jean de Bandol)

 

Uit Brugge afkomstige boekverluchter, werkzaam in Parijs van 1368 tot 1381, alwaar Karel V hem de titel van hofschilder verleende. Boudolfs stijl speelde een grote rol in de ontwikkeling van de Parijse boekverluchtingskunst in de 2e helft van de 14e eeuw.

 

Een belangrijk door hem geïntroduceerd motief is de arcade of diafragmaboog die het tafereel vooraan opent en een achterliggende binnenruimte laat veronderstellen. Kort na 1400 zullen de Meester van Boucicaut en via hem andere verluchters in Frankrijk dit motief bijna systematisch overnemen. Latere voorbeelden treft men aan bij Petrus Christus, Rogier van der Weyden en Dirk Bouts. Boudolf (en zijn werkplaats) versierde in 1371 een bijbel volgens de bewerking van de 12e eeuwse theoloog Petrus Comestor, die raadsheer Jean de Vaudetar aan de Franse koning Karel V schonk. Zijn beroemdheid ontleent dit handschrift met name aan de miniatuur met de aanbieding van deze bijbel aan de koning, enerzijds door de voortreffelijke kwaliteit van uitvoering, anderzijds door het feit dat juist deze miniatuur als enig gedocumenteerd eigenhandig werk van een van de belangrijkste kunstenaars van die tijd een sleutelpositie inneemt bij elk verder onderzoek naar de Franse kunst uit de tijd van Karel V.

Op de presentatieminiatuur draagt de vorst geen koninklijk gewaad maar de kledij van een geleerde. Dit wijst op zijn uitgesproken intellectuele ambities.

 

De Mirouer historial

In de eerste helft van de dertiende eeuw kreeg de Franse dominicaan Vincent van Beauvais (†1264) van zijn meerderen de opdracht om in het Latijn een encyclopedisch werk te schrijven waarin alle toenmalige kennis vervat zou zijn. Het was het beginpunt van een immens project waaraan Vincent gedurende twintig jaar zou werken en wat uiteindelijk het Speculum Maius (Grotere Spiegel) zou worden. Het Speculum Maius is, zoals de titel laat vermoeden, een afspiegeling van de werkelijkheid. Vincent van Beauvais deelde het op in vier delen: het Speculum Naturale over de natuur, het Speculum Doctrinale over de wetenschappen, het Speculum Morale over de ethiek en tot slot het Speculum Historiale over de geschiedenis. Het Speculum Maius omvat bijna tachtig boeken en bijna tienduizend hoofdstukken. Het deel Speculum historiale bevat eenendertig boeken die handelen over de algemene (wereldlijke, kerkelijke en literaire) geschiedenis vanaf de Schepping tot 1250 na Christus. In zijn totaliteit is het werk wat betreft omvang te vergelijken met een hedendaagse Winkler Prins. Het werk was een groot succes, getuige de honderden handschriften die nu overal ter wereld bewaard worden en de vele drukken die er vanaf de vijftiende eeuw van gemaakt zijn. Toch was het Speculum Maius vaak het voorwerp van spot. Het zou niet meer zijn dan een compilatie, het equivalent van letterlijk overgeschreven passages uit bronnen die lukraak bij elkaar zijn gezet. Zijn auteur werd zelfs een middelmatig intellectueel genoemd. Maar klopt dit negatieve beeld? Het intrigeert hoe Vincent van Beauvais er in een tijd zonder automatisering en computers in slaagde een project van deze omvang tot een goed einde te brengen. Het was al bekend dat Vincent niet meteen tot een eindproduct kwam, want er zijn van het geschiedkundig gedeelte maar liefst vijf verschillende versies en van het natuurkundige gedeelte twee versies bewaard.

 

Vincent de Beauvais was een gedreven systematicus. Als model voor het Speculum Naturale koos hij het scheppingsverhaal. Daarin probeerde hij alle te behandelen onderwerpen onder te brengen. Hij ging hierbij uit van een grof uitgewerkte schets, die bewaard is gebleven in een handschrift in Parijs.

 

Hij hield zich nogal strikt aan de opeenvolging van thema’s in het scheppingsverhaal, maar moest hier af en toe creatief mee omgaan omdat onderwerpen als engelen, maar ook edelstenen en insecten hier niet in voorkomen. De studie van de verschillende versies van het Speculum Naturale maakte duidelijk dat Vincent vaak voor een alternatieve opvolging van thema’s koos. Hij bracht elk thema onder in een apart traktaat, dat als een bundel van losse vellen moet gedacht worden. Vincent had ondertussen, reizend door het Franse koninkrijk, een enorme berg bronnenmateriaal verzameld, variërend van Latijnse vertalingen van klassiek Griekse tot middeleeuws Arabische teksten, en van theologische tot alchemistische geschriften. Deze verwerkte hij nu in elk traktaat. Hij formuleerde hoofdstuktitels en bracht vervolgens in elk hoofdstuk tekstfragmenten onder. Deze fragmenten volgden vaak de originele tekst, maar Vincent aarzelde niet om passages weg te laten, begin en einde van citaten te herschrijven of de volgorde van de brontekst om te draaien. Hij vatte samen of parafraseerde waar nodig en schreef bij onduidelijke passages eigen didactische uiteenzettingen. Eenmaal de traktaten klaar, konden ze na elkaar geplaatst, gekopieerd en ingebonden worden in handschriften. Omdat Vincent al snel voorzag dat elk speculum enorm in omvang zou worden, had hij veel aandacht voor de ontsluiting ervan. Hij voegde een uitgebreide inhoudstafel in en maakte door koptitels met boeknummers en een beknopte beschrijving van de inhoud de handschriften snel doorzoekbaar. Veel zorg besteedde hij aan het opnemen van bronreferenties in de lopende tekst, die vaak ook het kapittel of boek vermeldden waaruit het betreffende citaat kwam, een unicum in die tijd.

Vincent de Beauvais is een compilator bij uitnemendheid. Zijn zorg voor alle aspecten van het compilatiewerk maakt hem bijzonder in de periode waarin hij werkte en maakt hem een voorloper bij uitstek van de moderne encyclopedisten.

Over het leven van Vincent is weinig bekend. Mogelijk was hij enige tijd in het dominicanenklooster te Beauvais dat op aandringen van Lodewijk IX van Frankrijk was gesticht. Nadien moet hij in ieder geval lector, docent theologie, voor de novicen in het koninklijk klooster Royaumont zijn geweest. De opdracht voor de meeste van zijn boeken ontving Vincent van leden van het Franse koningshuis.

 

Het door de Werkplaats van Jan Boudolf verluchte exemplaar van een driedelige Mirouer historial van Vincent de Beauvais vormde ooit, voor 1402, onderdeel van de beroemde bibliotheek van Jean, duc de Berry. Twee van de drie delen zijn geveild bij Sotheby’s (Chester Beatty, 3 december 1968, lot 20), terwijl een aantal fragmenten en miniaturen uit het 3e deel bewaard wordt in de British Library in Londen (Ms. Add. 6416).

 

Overige

Naast miniaturen heeft Boudolf als "pictor regis" ongetwijfeld ook grotere werken gemaakt. Tot de bekendste van zijn grotere werken behoren de modellen die hij tekende voor een serie wandtapijten, die voor de broer van koning Louis d'Anjou vervaardigd zijn, de beroemde Apokalyps van Angers.

Tussen het werk van Jean Boudolf en dat van de Franse verluchters uit zijn tijd, met wie men (zie o.a. Panofsky 1953, p. en Meiss 1967, p. 22) hem in verband heeft pogen te brengen (met name de Meester aux Boqueteaux) bestaat volgens Avril 1978 een in diens ogen niet te overbruggen kwaliteitsverschil.

 

Catalogus

 

Angers, Bibliothèque municipale

 

Ms fr 162 Cité de Dieu, deel I, boeken I-X (deel II = Cambridge, Harvard University, Houghton Library, ms. Typ. 201H), Parijs, ca 1380 Stijl in traditie van Jan Boudolf lit: Laborde 1909, I, p. 244-264, nr. 8||Meiss 1967, p. 309

 

Cambridge, Harvard University, Houghton Library

 

Ms Typ 201H Cité de Dieu, deel II, boeken XI-XXII (deel I = Angers, Bibliothèque municipale, ms. Fr. 162), Parijs, ca 1380 Stijl in traditie van Jan Boudolf lit: James 1902, p. 206-209, nr. 80||Delisle 1907, I, p. 223, 411; II, p. 317 ||Meiss 1967, p. 309

 

Den Haag, Museum Meermanno-Westreenianum

 

Ms 10 B 23 Guiard des Moulins, Grande Bible Historiale Complétée (Bijbel van koning Karel V), Parijs 1371-1372 verluchting door Jan Boudolf, Meester van de Bijbel van Jean de Sy en anderen lit: De Mély 1913, p. 67||Martin 1924, p. 58 e.v.||Panofsky 1953, p. 35-40, fig. 18, 20-21||Keulen 1978, p. 68-69||Avril 1978, nr. 36||Walther 2001, p. 222-223||Den Haag 2002, nr. 42, afb. 76, 77|| Leuven 2002, p. 73, 74, nr. 64

 

Londen, British Library

 

Ms add. 6416 Vincent de Beauvais, Mirouer historial, 48 fragmenten en miniaturen uit vol. III (vol I en II = Catalogus 3 december 1968 (Chester Beatty) Lot 20), Parijs, ca 1370-1380 Werkplaats van Jan Boudolf lit: Ashburnham Place, Appendix 1861, nr. CXLVI||Guiffrey 1894-1896, I, p. CLXX, nr. 44||Millar 1930, nr. 75||Meiss 1967, p. 310||Sotheby’s 3 december 1968, p. 61, 63

 

Londen, Sotheby’s

 

Catalogus 3 december 1968 (Chester Beatty) Lot 20 Vincent de Beauvais, Mirouer historial, vol. I en II (vol III = Londen, British Library, ms. Add. 6416), Parijs, ca 1370-1380 Werkplaats van Jan Boudolf lit: Ashburnham Place, Appendix 1861, nr. CXLVI||Guiffrey 1894-1896, I, p. CLXX, nr. 44||James 1902, p. 193-206, nr. 79||Delisle 1907, II, p. 255, nr. 201, 306||Thompson 1912, p. 75-122|| Millar 1930, nr. 75||Meiss 1967, p. 310||Sotheby’s 3 december 1968, lot 20

 

New Haven, Yale University , Beinecke Rare Book and Manuscript Library

 

Ms 390 Getijdenboek van Savoie/Blanche de Burgundy (begonnen door Jean Pucelle, na de dood van Blanche 20 jaar later voltooid door Jan Boudolf (aldus Panofsky) dan wel de Meester van de Bijbel van Jean de Sy (aldus Wieck); niet te verwarren met het getijdenboek van Savoie in Parijs, Bibliothèque de l'Arsenal) (voorheen bewaard in Portsmouth, Catholic Episc. Library) lit: Panofsky 1953, p. 35, fig. 18||Wieck 1988 (2001), nr. 11

 

Literatuur

 

Ashburnham Place, Appendix 1861, nr. CXLVI

Guiffrey 1894-1896, I, p. CLXX, nr. 44

James 1902, p. 193-206, nr. 79; p. 206-209, nr. 80

Delisle 1907, I, p. 223, 411; II, p. 255, nr. 201, 306, 317

Laborde 1909, I, p. 244-264, nr. 8

Thompson 1912, p. 75-122

De Mély 1913, p. 67

Martin 1924, p. 58 e.v.

Millar 1930, nr. 75

Panofsky 1953, p. 35-40, fig. 18, 20-21

Meiss 1967, p. 20-23, p. 309, 310

Sotheby’s 3 december 1968, lot 20, p. 61-66

Keulen 1978, p. 68-69

Avril 1978, nr. 36

Den Haag 1979, nr. 15

Wieck 1988 (2001), nr. 11

Alexander 1992, p. 50

Smeyers 1998, p. 181

Walther 2001, p. 222-223

Den Haag 2002, nr. 42, afb. 76, 77

Leuven 2002, p. 73, 74, nr. 64

 

Bradley 1887-1889, II, p. 153-154

Thieme-Becker 1907-1950

D’Ancona & Aeschlimann 1949, p. 34-35 (Jean (de) Bondol)

 

 

Copyright © Roel Wiechers, 2013. All Rights Reserved