(Meester) Juvenal des Ursins

Lexicon van Boekverluchters

 

Parijs, Bibliothèque Nationale

Ms lat 4915, f. 21r (detail)

 

Meester van Juvenal des Ursins

 

(doorbladerbaar handschrift aanwezig; zie slot)

 

Frans boekverluchter uit het Loiregebied, werkzaam in de 2e helft van de 15e eeuw. Ontleent zijn naam aan een Mare-historiarum handschrift dat in de jaren 1447-1455 werd verlucht voor Guillaume Joevenel (Juvenal) des Ursins, kanselier van Frankrijk. Heeft samen met Barthélemy van Eyck een Théséide van Boccaccio verlucht. Zijn werk vertoont een diepgaande Vlaamse invloed, mogelijk te verklaren door de aanwezigheid van Vlaamse manuscripten. Hij kende ook het werk van de Meester van Flémalle en Rogier van der Weyden.

 

De Juvenal-meester wordt tegenwoordig soms geïdentificeerd als André d'Ypres, een kunstenaar die volgens de archieven tussen 1435 en 1444 in Amiens werkzaam was. Ook Coppin Delf, eveneens een schilder in dienst van koning René d'Anjou, wordt wel gelijkgesteld met de Juvenal-meester. Beide opvattingen zijn omstreden. De vroegere gelijkstelling met Jean Fouquet is in ieder geval onjuist. Deze gelijkstelling was een uitvloeisel van het toerekenen door Durrieu 1904, van een achttal manuscripten, waaronder de Brusselse Frontin (Brussel, Koninklijke Bibliotheek, ms. 10475), aan de jeugdjaren van Jean Fouquet. Als verluchters van dit handschrift worden thans genoemd de Meester van Juvenal des Ursins dan wel de Meester van de Geneefse Boccaccio. Porcher in Parijs 1955 integreert overigens het werk van laatstgenoemde meester in dat van eerstgenoemde.

 

De plaats(en) waar de Juvenal Meester werkzaam was, is eveneens aan discussie onderhevig: genoemd worden Nantes, Angers, Saumur en Tours. Aangezien voorts sprake is van meerdere handen die onder de groep: Meester van Juvenal des Ursins vallen en gelet op de verschillende tekstuele modellen die werden gebruikt bij de vervaardiging van getijdenboeken, kan gevoegelijk worden aangenomen dat de stijl van deze meester in verschillende centra werd beoefend.

 

De Meester van Juvenal des Ursins werkte vaak samen met de Meester van de Geneefse Boccaccio en de Meester van Boethius. Volgens Avril 1993, p. 110 is mogelijk zelfs sprake van onderlinge familiebanden. Dit driemanschap treffen we niet alleen aan in het een Mare-historiarum handschrift, maar ook in een getijdenboek thans in Parijs, Bibliothèque Nationale, ms. Rothschild 2530. Daar waar echter de Meester van Juvenal des Ursins in het een Mare-historiarum handschrift de hoofdverluchter was, hebben zijn beide jongere collega's in bedoeld getijdenboek de macht overgenomen en blijken zij het merendeel van de belangrijke miniaturen geschilderd te hebben. Andere meesters behorende tot de Groep Juvenal betreffen de Eerste Meester van het Getijdenboek van Oxford, Bodleian Library, ms. add. A185 en de Tweede Meester van het Getijdenboek van Oxford, Bodleian Library, ms. add. A185.

 

Het Londense getijdenboek (British Library, ms add 28785) vormt het mooiste onder de grotere getijdenboeken van de hand van de Meester van Juvenal des Ursins. Hij bereikt hier zijn volwassen late stijl. De toeschrijving van een van haar belangrijkste miniaturen, de Triniteit op folio 58, is echter omstreden (zie catalogus). Al in de oudere literatuur (Pächt 1941, p. 88) werd deze voorstelling in verband gebracht met de gelijknamige paneelschildering van Robert Campin (Meester van Flémalle), thans bewaard in Frankfurt, Städelsches Kunstinstitut. König 1982, p. 171 noemt het waarschijnlijk dat de kennis van deze kompositie is terug te voeren op de aanwezigheid van de Meester van het Nanteser Missaal, een paneelschilder uit de school van de Meester van Flémalle.

 

Parijs, Bibliothèque Nationale

Ms lat 4915, f. 21r

 

 

Catalogus

 

Albi, Rochegude

 

Ms 104 Jacques de Cessoles, Le Livre des échecs (vert. door Jean de Vignay), ca 1460 lit: Parijs 1955, nr. 287

 

Cambridge, Fitzwilliam Museum

 

Ms 39-1950 zogenoemde Getijdenboek van Louis d’Anjou, Frankrijk, ca 1435-1440 lit: Thompson 1907-1918, vol. V, pls. LIII-LV||Pächt 1941 (1), p. 87 als “jeunesse de Fouquet”||Wormald & Giles 1966, nr. 76||König 1982, p. 154-5

 

Chateauroux, Bibliothèque municipale

 

Ms 5 Grandes Chroniques de France, ca 1450, verluchting in stijl van de Meester van Juvenal des Ursins lit: Parijs 1955, nr. 288

 

Dijon, Bibliothèque

 

Ms 527 Roman du Graal, ca 1460 lit: Parijs 1955, nr. 286

 

Le Mans, Bibliothèque municipale

 

Ms 223 missaal, Nantes, ca 1445 in de oudere literatuur aangemerkt als werk van de Meester van Juvenal des Ursins, thans als werk van een vijftal verluchters, w.o. Meester van de Geneefse Boccaccio, zie verder aldaar lit: Parijs 1955, nr. 278||König 1982, p. 253

 

Londen, British Library

 

Ms add 28785 getijdenboek, Nantes, ca 1450 verluchting door Meester van Juvenal des Ursins; toeschrijving f. 58: triniteit is omstreden lit: König 1982, p. 168-172, 196 e.v. als Meester van Juvenal des Ursins||Sterling 1990, p. 91 als Meester van Juvenal des Ursins||door Schaefer 1994, p. 306 toegeschreven aan Jean Fouquet

 

Londen, Sotheby’s

 

Lot 27 getijdenboek, Nantes, ca 1455-60 lit: Christie’s 7 december 1988, lot 24||König 1989 (1), nr. 65||Sotheby’s 6 juli 2000 (Ritman 1), lot 27

 

New York, Pierpont Morgan Library

 

Ms M 199 getijdenboek, Angers of Tours?, ca 1460 lit: Plummer 1982, nr. 43||König 1982, p. 253 als: Nantes, ca 1440 door Meester van de Geneefse Boccaccio

 

Ms M 248 getijdenboek, ca 1465 en 1470, verluchting begonnen door volgeling van de Meester van Juvenal des Ursins, voltooid door Jean Colombe en werkplaats lit: Plummer 1982, nr. 54||Avril & Reynaud 1993, p. 284 nr. 12||Wieck 1997, nr. 94

 

New York, Public Library

 

Ms Spencer 34 Livre du Petit Artus, ca 1470 volgeling van de Meester van Juvenal des Ursins lit: Plummer 1982, nr. 47

 

Parijs, Bibliothèque de l'Arsenal

 

Ms 436 getijdenboek, ca 1450 lit: Parijs 1955, nr. 280

 

Ms 2695 Honoré Bonet, L'Arbre des batailles, 1450 zelfde verluchter als Chateauroux lit: Parijs 1955, nr. 289

 

Parijs, Bibliothèque Nationale

 

Ms fr 15455 compilation d'histoire ancienne, ca 1450 lit: Parijs 1955, nr. 276

 

Ms fr 19153 Guillaume de Lorris et Jean de Meung, Le Roman de la Rose, ca 1460 lit: Parijs 1955, nr. 285||Avril & Reynaud 1993, nr. 60

 

Ms lat 1405 zogeheten gebedenboek van Marie Stuart, koningin van Schotland, ca 1450 lit: Parijs 1955, nr. 277||König 1982, p. 253 als: Nantes, ca 1450 door Meester van de Geneefse Boccaccio

 

Ms lat 1417 getijdenboek, ca 1448-1470 1e deel door verluchter uit omgeving van Jean Fouquet, 2e deel door verluchter uit omgeving van de Meester van Juvenal des Ursins lit: Parijs 1955, nr. 256||Avril & Reynaud 1993, p. 334

 

Ms lat 1577A Charles VII, Ordonnances, Nantes ( ?), 1457 lit: Parijs 1955, nr. 284||König 1982, p. 253

 

Ms lat 1630 Origène, Homélies, ca 1450 lit: Parijs 1955, nr. 283

 

Ms lat 4915 Giovanni Colonna, Mare historiarum, ca 1447-1455 minimaal 11 handen, waaronder Meester van Juvenal des Ursins, Meester van de Geneefse Boccaccio, Meester van Boethius, en, voor wat betreft enige kleine miniaturen uit het 1e deel, de Meester van Adelaide van Savoyen lit: Durrieu 1904 (1), p. 111-119||Parijs 1904, nr. 108||Parijs 1907, nr. 48||Blum & Lauer 1930, pl. 13||Parijs 1955, nr. 275|| König 1982, p. 27-41, 213-220||Sterling 1990, nr. 5|| Parijs 1991, nr. 15||Avril & Reynaud 1993, nr. 54|| Walther 2001, p. 312-3

 

Ms n. acq. lat 3211 getijdenboek, Angers, ca 1450 Jean Fouquet: p. 241 Sint Franciscus ontvangt de stigmata; Meester van Juvenal des Ursins: o.a. p. 35 Annunciatie, 334 graflegging; Meester van Smith-Lesouëf 30: o.a. p. 224 Sint Christoffel lit: Avril & Reynaud 1993, nr. 67||Schaefer 1994, p. 72-76, 84, 306||Clancy 1998, p. 112||Parijs 2003, nr. 20

 

Ms n. acq. lat 3244 getijdenboek, Parijs, ca 1440-1460 Meester van Juvenal des Ursins: 28 grote miniaturen, 37 kleine miniaturen, met uitzondering van: Jean Fouquet: f 263v, 270v

 

Ms Rothschild 2530 Nantes of Angers, ca 1455 verluchting door Meester van Juvenal des Ursins, Meester van de Geneefse Boccaccio, Meester van Boethius lit: Parijs 1955, nr. 279||König 1982, p. 253|| Avril & Reynaud 1993, nr. 57

 

Ms Rothschild 2534 getijdenboek, ca 1440-1450 en ca 1460 verluchting door de Meester van Adelaide van Savoyen, de Meester van Marguerite d'Orléans en Meester van de Münchener Legenda aurea lit: Parijs 1955, nr. 282, daar ten onrechte echter aangeduid als werk van o.a. de Meester van Juvenal des Ursins i.p.v. de Meester van Adelaide van Savoyen: zie verder onder laatstgenoemde meester

 

Poitiers, Bibliothèque municipale

 

Ms 41 Livre de prières de Jeanne de Laval, tussen 1454 en 1480 lit: Parijs 1955, nr. 290

 

Sint Petersburg, Russische Nationale Bibliotheek

 

Ms fr. O.v. XIV, 1 Gervais du Bus, Le Roman de Fauvel, ca 1450 lit: König 1982, p. 253 daar als : Angers, ca 1460/70 door de Meester van de Geneefse Boccaccio||Woronowa-Sterligow 1996, p. 158-9

 

Tours, Bibliothèque municipale

 

Ms 1850 Orose, Histoire universelle, ca 1450 lit: Parijs 1955, nr. 281||König 1982, p. 253 als: Nantes, ca 1450 door Meester van de Geneefse Boccaccio

 

Wenen, österreichische Nationalbibliothek

 

Cod 2580 Petrus de Crescentiis, Ruralium commodorum libri XII (in anonieme Franse vert.), Loire-gebied, ca 1470 werkplaats van de Meester van Juvenal des Ursins; het handschrift is een copie van Chantilly, Musée Condé, waarvan de verluchting thans wordt toegeschreven aan de Meester van de Geneefse Boccaccio lit: Pächt-Thoss 1974, p. 55-57, fig 92-99||Wenen 1978, nr. 36||Mazal 1986, afb. 40-41

 

Literatuur

 

Durrieu 1904 (1), p. 111-119

Parijs 1904, nr. 108

Parijs 1907, nr. 48

Thompson 1907-1918, vol. V, pls. LIII-LV

Blum & Lauer 1930, pl. 13

Pächt 1941 (1), p. 87

Parijs 1955, p. 118, 119, nrs. 256, 274-290

Wormald & Giles 1966, nr. 76

Pächt-Thoss 1974, p. 32-37, p. 55-57, fig 92-99

Wenen 1978, nr. 36

Plummer 1982, nrs. 43, 47, 54

König 1982

Mazal 1986, afb. 40-41

Christie’s 7 december 1988, lot 24

König 1989 (1), nr. 65

Sterling 1990, nr. 5, p. 91

Parijs 1991, nr. 15

Avril & Reynaud 1993, p. 105, 109-110, nrs. 54, 56, 57, 60, 67

Schaefer 1994, p. 72-76, 84, 284, 306, nr. 12, p. 334

Woronowa-Sterligow 1996, p. 158-159

Wieck 1997, nr. 94

Clancy 1998, p. 112

Smeyers 1998, p. 202, 268

Sotheby’s 6 juli 2000 (Ritman 1), lot 27

Walther 2001, p. 312-3, 477

Parijs 2003, nr. 20

 

Copyright © Roel Wiechers, 2013. All Rights Reserved