(Meester Master Maître) Witte Inscripties - White Inscriptions - Inscriptions blanches

Lexicon van Boekverluchters

 

Londen, British Library, Ms. Royal 18 E IV, f. 229r Lex Oppia (detail) (*)

 

 

Meester met de Witte Inscripties

 

(Master of the White Inscriptions | Maître aux inscriptions blanches)

 

 

Vlaams boekverluchter, werkzaam rond 1480 in Brugge. Ontleent zijn door Paul Durrieu in 1921 gegeven naam aan opschriften in witte verf op de wanden van zijn interieurs van miniaturen in een tweetal handschriften, te weten een De casibus virorum illustrum van Boccaccio (British Library, ms Royal 14 E.v) en een Romuléon (British Library, ms Royal 19 E.v). Folio 367v van laatstgemeld manuscript bevat het jaartal 1480.

 

In 1925 voegde Friedrich Winkler een tweetal handschriften toe aan het corpus van deze meester (British Library, ms Royal 18 E.iii, met een miniatuur gedateerd 1479, en ms Royal 18 E.vi). In later jaren is het aantal aan deze meester toegeschreven handschriften nog uitgebreid, waarbij opvalt dat vrijwel alle manuscripten ooit in eigendom toebehoorden aan de Engelse koning Edward IV (hetgeen ook verklaart dat de meeste handschriften zich thans in de British Library bevinden).

 

 

Londen, British Library, Ms. Royal 19 E v, f. 367v (detail met linksboven het jaartal "1480")

 

 

De door de Meester met de Witte Inscripties gebruikte kleuren zijn met name oranje, groen en grijs. Zijn stijl vertoont verwantschap met die van de Meester van Edward IV, maar is minder hoogstaand. Vaak wordt slecht één onderwerp uitgebeeld met een krachtige eenvoud. De archaïserende boorden vertonen nog niet de omstreeks die tijd in opkomst zijnde Gent-Brugse stijl.

 

Sommige miniaturen voorheen toegeschreven aan de Meester met de Witte Inscripties, waaronder een aantal in de Getty Froissart (Malibu, J. Paul Getty Museum, Ms Ludwig XIII 7) en in de genoemde Boccaccio (British Library, ms Royal 14 E.v), worden thans beschouwd als het werk van de Meester van de Getty Froissart (Los Angeles 2003, p. 289), wiens volgeling de Meester met de Witte Inscripties naar alle waarschijnlijkheid was. Ook met een andere, meer getalenteerde en eveneens in Brugge rond 1480 werkzaam zijnde, verluchter, de Meester van Edward IV, werkte de Meester met de Witte Inscripties meermalen samen.

 

Londen, British Library, Ms. Royal 14 E I, f. 3r: Vincent de Beauvais (detail)

 

 

Catalogus

 

Bucks, The Wormsley Library, Sir Paul Getty, K.B.E.

 

Giovanni Boccaccio, De la ruine des nobles hommes et femmes (vert. door Laurent de Premierfait van De casibus virorum et feminarum illustrium), Brugge, 1476 of later (incunabel, gedrukt door Colard Mansion) acht kopergravures door verluchter uit omgeving Meester van Antoon van Bourgondië, meer speciaal een verluchter nauw verwant met de Meester van het Dresdense Gebedenboek; mogelijk de Meester met de Witte Inscripties; Meester van de Getty Froissart lit: Brinkmann 1997, p. 113-121||Los Angeles-London 2003, nr. 72

 

Londen, British Library

 

Ms Royal 14 E.i Vincent de Beauvais, Speculum historiale, enige miniaturen door de Meester met de Witte Inscripties lit: Los Angeles-London 2003, p. 289||Londen 2011-2012, nr. 57

 

Ms Royal 14 E.ii Jean de Courcy, Chemin de Vaillance (frontispice door andere verluchter) lit: Los Angeles-London 2003, p. 289||Londen 2011-2012, nr. 62

 

Ms Royal 14 E IV Jean de Wavrin, Chroniques d'Angleterre, Lille, ca 1470 Meester van het Gulden Vlies van Wenen en Kopenhagen, Brugge, ca 1475-1480 Meester met de Witte Inscripties: f. 81r, 98v, 114r, 121r, 169v, 299r; Meester van Edward IV: f. 293v; Stijl van Meester van de Harley Froissart: meerderheid van de versierde randen, m.u.v. die geschilderd door de Meester van het Gulden Vlies van Wenen en Kopenhagen: f. 14v, 281v, 284r lit: Los Angeles-London 2003, p. 289||Hans-Collas & Schandel 2009, p. 157-8, 256-72||London 2011-2012, nr. 48

 

 

Londen, British Library, Ms. Royal 18 E iii, f. 133r raadzitting (detail)

 

Ms Royal 14 E.v. Giovanni Boccaccio, Des cas de nobles hommes et femmes (vertaling door Laurent de Premierfait), Brugge ca 1480 verluchting door de Meester van de Getty Froissart? en de Meester met de Witte Inscripties? lit: Los Angeles-London 2003, nr. 78

 

Ms Royal 17 F.iii Augustinus, Cité de Dieu (vertaling door Raoul de Presle) lit: Los Angeles-London 2003, p. 289

 

Ms Royal 18 E.iii Valerius Maximus, Faits et dits mémorables des romains (vertaling door Simon de Hesdin en Nicolas de Gonesse), volume 1, Brugge 1479 lit: Backhouse 1997, nr. 177|Los Angeles-London 2003, p. 289, nr. 80

 

Ms Royal 18 E.iv Valerius Maximus, Faits et dits mémorables des romains (vertaling door Simon de Hesdin en Nicolas de Gonesse), volume 2, Brugge 1479 verluchting door Meester met de Witte Inscripties en 1 miniatuur op f. 19 door Meester van de Vlaamse Boethius lit: Los Angeles-London 2003, p. 290 en noot 2||Londen 2011-2012, nr. 60

 

Ms Royal 18 E. vi Jean Mansel, La Fleur des histoires, ca 1480 lit: Los Angeles-London 2003, p. 289

 

Ms Royal 19 E.v Benvenuto da Imola, Romuléon, Brugge, 1480 lit: Durrieu 1927, p. 78, pl. LXV||Smeyers 1998, p. 466-7 daar als 19.E.iv||Los Angeles-London 2003, p. 289||London 2011-2012, nrs. 51

 

 

Londen, British Library, Ms. Royal 18 E iii, f. 24r (detail)

 

Parijs, Bibliothèque Nationale

 

Ms fr 16830 Le livre des faits de Jacques de Lalaing openingsminiatuur door de Meester met de Witte Inscripties, overige verluchting door de Meester met de Witte Inscripties lit: Parijs 2002||Los Angeles-London 2003, p. 289||Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 89

 

Londen, British Library, Ms. Royal 14 E II, f. 194r: Jean de Courcy en de Deugden

 

 

Literatuur

 

Winkler 1925 (1978), p. 137, 179

Durrieu 1927, p. 78, pl. LXV

Kraus 1974, nr. 40

Euw & Plotzek 1982, band 3, nr. XIII 7, p. 264-266

The J. Paul Getty Museum and its collections 1997, p. 225 (afbeelding)

Backhouse 1997, nr. 177

Brinkmann 1997, p. 113-121

Smeyers 1998, p. 424, 466-467

Wijsman 2002

Los Angeles-London 2003, p. 289, nrs. 72, 78, 80

Hans-Collas & Schandel 2009, p. 157-8, 256-72

London 2011-2012, nrs. 48, 51, 57, 60, 62

Parijs-Brussel 2011-2012, nr. 89

 

 

Londen, British Library, Ms. Royal 18 E iii, f. 227r (detail)

(*) De lex Oppia was een van de sumtuariae leges ("anti-luxe-wetten"), voorgesteld door de tribunus plebis Gaius Oppius in het consulaat van Quintus Fabius Maximus en Tiberius Sempronius Gracchus in het midden van de Tweede Punische Oorlog in 213 v.Chr., die bepaalde dat geen enkele vrouw meer dan een half ons goud mocht hebben, noch een meerkleurige stola mocht dragen, noch in een carpentum mocht rijden in de Stad (Rome) of in welke stad dan ook of in een straal van één mijl er vandaan, tenzij voor publieke offers.

Copyright © Roel Wiechers, 2013. All Rights Reserved